KlezMaar.nl Home

Snaarinstrumenten

Hoewel klezmermuziek vooral bekend is om het gebruik van blaasinstrumenten zijn ook snaarinstrumenten van oudsher goed vertegenwoordigd.

Gestreken

violen

De vioolfamilie bestaat uit 4 leden

De altviool en cello worden voornamelijk gebruikt in klassieke muziek, de viool en contrabas zijn dermate veelzijdig dat je ze in veel andere muziek ook tegenkomt.

In Hongarije/Transsyvanie/Slowakije zie je een driesnarige contrabas die met een korte stok bespeeld wordt.
 
De bratch of contra, een altviool, wordt eveneens uitgevoerd met drie snaren die ook nog eens alle drie tegelijk aangestreken worden; de kam is daartoe niet rond maar vlak. De contra speelt daarmee als een van weinige strijkinstrumenten akkoorden.

In Bulgarije zie je de Gdulka of gadulka, een knieviool met drie melodiesnaren gestemd A E A' voorzien van 10 resonantiesnaren, gestemd als C#, B, A, G, G#, F#, E, D, C#, B. Vanwege deze stemming speelt een Gdulka meestal in toonsoorten met twee of drie kruisen. In tegenstelling tot een viool wordt de Gdulka niet bespeeld door de snaren tegen de toets te drukken, maar door de snaar in te korten door het nagelbed tegen de snaar te drukken. De resonantiesnaren zorgen voor in ingebouwde galm. In het communistische tijdperk is ook de Gdulka familie uitgebreid geweest met een alt, cello en bas.

Op Kreta zie je een soortgelijke knieviool de Lyra maar dan zonder resonantiesnaren.

Ook in Turkije zie een langwerpige knieviool de kementsje, eveneens zonder resonantiesnaren. Het haar op de stok is niet gespannen maar, wordt door de bespeler met de vingers strakgehouden.

Getokkeld

Balalaika's

De balalaika komt in minstens 4 afmetingen voor met steeds 3 snaren. Alle balalaikas hebben de typische driehoekige kastvorm.
prime, alt, tenor en bas, die ongeveer de mensuur hebben van de vioolfamilie.
De bas-balalaika wordt met een dik leren plectrum bespeeld, en staat op een van de punten. De andere balalaika's worden met 'gewone' plectra bespeeld,

Mandolines

De mandolines (mandoline, mandola, mandoloncello, en mandobas) hebben allemaal 4 koren van dubbele snaren (8 dus), die hetzelfde zijn gestemd als de vioolfamilie (in kwinten dus). Mandolines hebben hun oorsprong in Italie. Er is daar ook de nodige klassieke muziek voor gecomponeerd, maar wordt tegenwoordig vooral nog gebruikt in bluegrass,

In Spanje zie je een aantal verwante instrumenten met meer dan 8 dubbele snaren zoals de Bandurria met 5 tot 6 koren in tertsen. Spaanse Tuna orkesten zijn meestal voorzien van een aantal Bandurria's

In Kroatie zie je tamburica's (in een tamburica-orkest) soortgelijke instrumenten als de mandolines.

Gitaren

De meeste Gitaren hebben zes in tertsen (en een secunde) gestemde snaren, aanvankelijk van darm maar tegenwoordig meesyal van kunststof en/of metaal (western of steelstring)

De Quattro is een 4-snarige gitaar (in verhouding hetzelfde gestemd als de hoogte 4 snaren van een gitaar).

De Ukelele is een kleinere (hogere) variant van de quattro. Beiden hebben de eigenaardigheid dat de eerste snaar een oktaaf hoger wordt gestemd dan bij de gitaar, met als effect dat bij het spelen van akkoorden de op en de neer-slag qua klankleur weinig verschillen; bij de gitaar is het verschil groot of je een op of neerslag maakt.

De (akoestische) basgitaar (al dan niet met fretten) is gestemd als een contrabas en wordt ook als zodanig gebruikt (alleen zonder strijkstok...)

In Mexico zie de Guitarron, een geplukte basgitaar met dikke snaren en een dikke buik, zonder fretten.

Banjo's:

Banjo's zijn er in maten en soorten. Door zijn constructie maakt een banjo veel meer geluid dan de snaarinstrumenten met een klankkast van hout. Het geluid is daarmee hard maar kort.

De tenorbanjo (4 snaren in kwinten gestemd als een mandola) vooral gebruikt als akkoordinstrument in de Jazz.

De 5-snarige banjo heeft een extra snaar die halverwege de hals begint. Die extra snaar heeft bij het gebruikelijke fingerpicking-spel een bourdon-functie (o.a. Iers, en bluegrass)

De mandolinebanjo, gestemd en bespeeld als een mandoline, maar ziet eruit en klinkt als een banjo.

Gitaarbanjo, bespeeld als gitaar, maar klinkt alweer als banjo.

Overige Langhalsluiten:

In Griekenland zie je de bouzouki, een 3 of 4 korige langhalsluit, een hele toon lager gestemd dan de hoogste vie snaren van een gitaar: F-C-A-D. De naam Bouzouki komt het turkse zusje de 'buzuk saz', De bouzouki wordt meestal gebruikt als melodieinstrument en bespeeld met een plectrum. De achterkant van de klankkast van de bouzouki bestaat uit aan elkaar gelijmde spanten. Hoe meer spanten hoe beter (en prijziger) De binnenkant is meestal beplakt met papier.

Het lilliput zusje (de baglamas) heeft 3 koren en wordt meestal voor akkoord begeleiding gebruikt. De baglama wordt uit 1 stuk hout gesneden en is A-D-A' gestemd. De bouzouki komt ook voor in een banjo-variant.

In Rusland zie je de domra, 3-snarig melodieinstrument bespeeld met een plectrum, en een bolle houten kast, eveneens opgebouwd met spanten.

In Turkije: De saz of turkse baglama. Turkse muziek is anders van opzet dan de westerse met allerlei zeer afwijkende toonladders die geen gebruik maken van de westerse getempereerde stemming. Er komen o.a kwarttoon-achtige intervallen in voor. Ongeveer kun je zeggen dat op een saz het oktaaf verdeeld is in veertien stukjes waarvan er een stuk of 7 gebruikt worden in een toonladder. De saz komt in verschillende afmetingen voor, vergelijkbaar met de bouzouki.

Bulgarije/Macedonie: tambura 4-korige bulgaarse zusje van de bouzouki. De tweekorige variant komt in een veel kleiner gebied voor.

Ook de gitaar, mandoline en balalaika zijn langhalsluiten. De mandolines hangen een beetje tussen lang en korthals in

Overige Korthalsluiten:

In Roemenie (cobza), Griekenland (oud) en Turkije (ud) komen diverse korthalsluiten voor. Het zijn enkelkorige melodie instrumenten met veel snaren zonder fretten, met een mensuur die overeenkomt met een (alt)viool.

Plankciters:

In heel europa zie je allerlei vormen van plankciters.

Nederland/Vlaanderen: Hommel, Vlier, diatonisch 3 snarig

Hongarije: Citerahur met 20 of meer snaren waarvan een deel alleen als resonantie of bourdon snaren fungeert. Worden daar bespeeld in 5 tot 10 man sterke orkestjes met uitsluitend citerahur's

Duitsland Oostenrijk: Concertcither, veelsnarig, chromatische fretten met dempmechanisme voor de resonantiesnaren die niet over het gedeelte met de fretten lopen.

Turkije: Qanun een met de vingers bespeelde citer. Met een mechaniek kunnen snaren ingekort worden om de in turkse muziek gebruikelijke tonladders te maken.

Clavecimbel, toetsinstrument, geluid wordt veroorzaakt doordat een plectrumachtige constructie de snaar in beweging brengt.

Geslagen.

Behalve strijken en tokkelen kun je ook nog op de snaren slaan.

In Roemenie en Hongarije vind je het concertcymbaal of cimbalom. De klank is vergelijkbaar met een piano. Je zou kunnen zeggen dat een cymbaal een piano zonder toetsen is waar je met twee stokken op de snaren slaat. Een concertcymbaal is een grote houten klankkast met stalen snaren daarover gespannen. Bij een cymbaal wordt listig gebruik gemaakt van het verdelen van snaren in twee ongelijke delen. Als je een snaar in tweeën deelt waarbij beide delen een lengteverhouding 2 : 3 hebben, dan is het korte stuk een (reine) kwint hoger dan het lange stuk. Het middelste register van het concertcymbaal is zo opgebouwd. In het hoogste register worden snaren in drieën verdeeld voor de hoogste noten. De bas-snaren worden in hun volle lengte gebruikt. De houten stokken/hamertjes waarmee gespeeld wordt kunnen met allerlei materialen omwonden worden voor verschillende klankkleuren.

Een draagbare variant is het buik-cymbaal (met een kleinere omvang en zonder dempmechaniek zoals bij het grote cymbaal.)

Een bijzondere eend in de bijt is de hongaarse Gardon. Een gardon is een grof gebouwde cello met drie unisono gestemde snaren waarop door de rechterhand met een stok wordt geslagen, terwijl de vingers van de linkerhand aan een snaar trekken en die tegen de toets laten slaan.

Tot slot een bekende Piano/Vleugel. Met vilt beklede hamertjes slaan bij indrukken van een toets tegen de snaren. Je kunt met enig recht van spreken een piano zien als een gemechaniseerd cimbalom/cymbaal. Het indrukken van een toets doet tegelijkertijd de demper van die snaar loskomen zodat de snaar doorklinkt zolang de toets blijft ingedrukt. De vleugel is een 'luxe' variant van de piano met in het lage register langere snaren (die daardoor harmonischer zijn), en geavanceerde mechanieken om sneller achter elkaar dezelfde noot te kunnen spelen.

www.klezmaar.nl